Glossen bij de bètacanon

Gedurende 2007 verscheen wekelijks in de wetenschapsbijlage ‘Kennis’ van De Volkskrant een aflevering van de zogeheten ‘bètacanon’. Een opsomming van feiten, personen en objecten die onze natuurwetenschappelijke visie op de werkelijkheid hebben bepaald – of nog steeds bepalen. Deze bètacanon moest worden gezien als een aanvulling op de eerder gepubliceerde cultuurhistorische canon. Iedere zaterdag nam een jong talent in de bètawetenschappen een onderwerp voor zijn of haar rekening.

De bètacanon inspireerde mij tot veelal korte, door verwondering gedreven gedichten die meestal dicht bij de oorspronkelijke krantentekst bleven, maar die zo nu en dan ook heel andere richtingen uitwaaierden. De paradox beviel me: dichterlijke, meermaals aforistische kanttekeningen bij exacte kennis waardoor poëzie plotseling de illusoire schijn van rationaliteit krijgt. Vandaar ook dat ik de verzameling ‘Glossen bij de bètacanon’ heb gedoopt, met ‘glossen’ in de (filologische) betekenis van verklarende aantekeningen zoals die door monniken in de marge van oude handschriften werden gekrabbeld.

Zie het bètacanon-lemma op Wikipedia voor alle vijftig (bron)artikelen. In de meeste gevallen zijn de titel van gedicht en artikel (nagenoeg) eensluidend. Ik vond het een uitdaging uitputtend te zijn – hetgeen is gelukt, zij het hier en daar wat gekunsteld. De komende tijd zal ik zo af en toe een of meer van deze ‘glossen’ hier publiceren. Vandaag begin ik met:

Plaattektoniek

In den beginne
omringd door water, Pangaea

maar het land werd reislustig
en het dreef zich uiteen

als de harde stukjes in een pan
kokende groentesoep

hoewel trager, veel veel trager
op nagelgroeisnelheid

deinen we mee op onze schots
nauwelijks beseffend

hoe heet de grond
onder onze voeten eigenlijk is.

 

4 reacties

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *