Culemborgs stadsgedicht 76

Rivierenlandkroniek 11

(tot aan het Randmeer)

Het gebeurde in Spakenburg, uitgerekend daar
waar het zoute water zoet is geworden.

Ik staar over de binnenzee en proef eindelijk
het zout. Geen schip ligt er achter mij

op de helling of het draagt wel jouw naam.
In een moment te mooi om waar te zijn

ben ik bij één zo’n schuit aan boord gegaan,
er geruisloos mee de haven uit

en er langzaam, windstiltes trotserend,
de oude zee mee opgegaan.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *