Culemborgs stadsgedicht 67

Rivierenlandkroniek 2

(door Mariƫnwaard)

Je kwam van alle windstreken.

Sloeg golven in de sloot, voren in het erf.
Bolde de was, geselde de heg, brak de es
en joeg jezelf in mijn armen.

Veroverde met stormende gebaren, blies
speels het stof van mijn verhalen en loog
met het gemak van de waarheid.

Je wierp me tegen de wereld in de meest
zijdelingse zucht. Tussen de rivieren lag
in de luwte nog het land.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *