Culemborgs stadsgedicht 4

Panta rhei

Het voorland bloost sinds de wilg werd geknot,
de slootschouw geeft troep en het valhek roest,

het koolzaad oogt geler, de poes heeft gebaard,
de appelboom bloeit, in het wiel duikt een fuut,

de bramenstruik woekert, de avondwind pluist,
loom wappert de was, op de dijk staat een fiets

en terwijl je dit leest stroomt de Lek naar de zee
langs het afzijn in de eerste lente na mijn dood.

 

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *