Culemborgs stadsgedicht 1

Aan de rivier waaraan ik woon

Je draagt de hemel en braaf het veer,
een langzame stroom maar sneller
dan de schapen – dan de wolken.

Je zult de zee nog wel eeuwen halen
al heet je verval ‘verwaarloosbaar’,
werd je bedijkt en gekanaliseerd.

Sterk als de spoorbrug, zegt men hier,
toch denk ik dat jouw lome deining
ooit onvergankelijker blijkt te zijn.

Het zij je wat mij betreft ook gegeven
eens dwars door die dijken te breken,
jezelf te verspreiden over het land.

Want al lijk je te zijn bedwongen, Lek,
brouw één nanacht één korte vloed
en je overwinnaars verliezen alles.

 

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *